Evaluatie van het bronbeleid geluid spoor in het kader van de PKB Betuweroute
Van Luchtnieuws.nl
Hieronder de eindconclusie van het rapport "Evaluatie van het bronbeleid geluid spoor in het kader van de PKB Betuweroute", door een commissie onder leiding van Jan Laan in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Het rapport verscheen op 14 september 2004.
Inhoud |
[bewerken] Eindconclusie
[bewerken] 6.1 Effectief bronbeleid langs de Betuweroute wordt nog niet toegepast…….
Bij ongewijzigd beleid is het niet waarschijnlijk dat er op afzienbare termijn voldoende geluidsreductie wordt bereikt door middel van technische maatregelen aan de bron van het geluid. Het goederenmaterieel zal op termijn stiller worden door ontwikkelingen buiten Nederland, maar het zal nog lang duren voordat dit daadwerkelijk merkbaar is. Binnen Nederland zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar, maar een Europa brede aanpak ontbreekt waardoor vooralsnog de implementatie van stimuleringsmaatregelen te traag is. Er is weliswaar een raildemper ontwikkeld, maar deze is voorlopig nog erg kostbaar en heeft voor dit project geen werkelijke voordelen boven een geluidsscherm van 1 meter. Bovendien wordt hiermee een geluidsreductie van 3 dB(A) bereikt, in plaats van de 4 dB(A) die benodigd is volgens de eerdere bestuurlijke afspraken. Bronmaatregelen in de vorm van snelheidsvermindering of het weren van lawaaiige treinen gedurende bepaalde periodes van het etmaal zijn volgens de commissie geen bronmaatregelen zoals bedoeld in de Planologische kernbeslissing en het Tracébesluit van de Betuweroute. Deze maatregelen staan bovendien in contrast met de doelstelling om van de Betuweroute een efficiënte spoorlijn te maken.
[bewerken] 6.2 …. maar toch zouden de extra geluidsschermen niet geplaatst moeten worden
Toch is de commissie van mening dat de extra geluidsschermen niet geplaatst zouden moeten worden. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:
- De geluidsproductie van de Betuweroute bereikt nog lang niet het niveau waarbij in het Tracébesluit van uit is gegaan. Tot het jaar 2020 zijn de bewoners voldoende beschermd tegen te hoge geluidsniveaus.
- Het geld dat nodig is om de geluidsschermen te plaatsen, 47 miljoen Euro, kan op een betere manier besteed worden, namelijk om het bronbeleid daadwerkelijk een impuls te geven.
De commissie is echter van mening dat de schermen niet zonder verplichtingen van de zijde van de rijksoverheid kunnen worden weggelaten.
[bewerken] 6.3 In plaats van geluidsschermen – tot slot
De Nederlandse overheid zou ervoor moeten zorgen dat nationaal én in Europa met het bronbeleid de benodigde geluidsreductie wordt gerealiseerd. Technisch is dit zeer goed mogelijk door een ombouw van bestaande goederenwagens. Dit moet Europa breed worden aangepakt, inclusief een verplichting voor vervoerders om alleen stille wagens aan te schaffen bij vernieuwing of uitbreiding. De commissie adviseert dit vast te leggen in een actieprogramma, waarvoor de middelen ook worden gereserveerd.
In plaats van de geluidsschermen wordt een pakket van samenhangende maatregelen gedefinieerd om het bronbeleid te stimuleren. Door maximaal hetzelfde bedrag als nodig zou zijn voor de extra geluidsschermen te besteden aan maatregelen gericht op stiller materieel, wordt met dezelfde kosten een grotere effectiviteit gerealiseerd en komt een doorbraak op het gebied van bronreductie binnen handbereik.
De huidige verwachtingen over het vervoer over de Betuweroute laten toe dat dit samenhangende pakket wordt uitgewerkt en gerealiseerd voordat de afgesproken geluidswaarden overschreden worden, bijvoorbeeld door de inzet van een stimuleringsgroep, de zogenaamde "Duweenheid". Het samenhangende pakket aan maatregelen bestaat uit:
- Benutting van het voor de extra geluidsschermen gereserveerde geld voor het opzetten –in Europees verband – van een ombouwfonds voor goederenwagens, waarop wageneigenaren binnen nader uit te werken voorwaarden een beroep kunnen doen;
- De vaststelling van een geluidsproductieplafond voor de gehele Betuweroute met de toezegging van ProRail dat zij dit plafond zal monitoren en handhaven;
- De ontwikkeling van een systeem van Integraal Capaciteitsmanagement waarmee bijvoorbeeld lawaaiige treinen ’s nachts kunnen worden geweerd dan wel gedirigeerd naar de dag;
- In aanvulling daarop de ontwikkeling van een systeem van tariefdifferentiatie in de gebruiksvergoeding, waarmee stille treinen minder betalen dan lawaaiige;
- Het tenslotte in samenwerking met de sector krachtig verder werken aan alles wat ertoe kan bijdragen om meer stille wagens op de markt te krijgen en hun gebruik te bevorderen.
Daarnaast moet de instroom van stiller materieel nauwlettend worden gemonitord, zodat bijstelling van de stimuleringsmaatregelen tijdig kan geschieden indien nodig. Ook moet de ontwikkeling van de geluidsproductie van de Betuweroute worden bewaakt om bewoners het beloofde geluidsklimaat te kunnen garanderen.
[bewerken] Brief Minister als reactie op dit rapport
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2004
Op 15 september 2004 heeft de «Commissie van Onafhankelijke Deskundigen ten aanzien van de Evaluatie van het Bronbeleid Geluid Spoor1» (hierna te noemen: de Commissie) haar rapport aan mij aangeboden. De Commissie komt tot de volgende conclusie:
Effectief bronbeleid langs de Betuweroute wordt nog niet toegepast, maar toch zouden de extra geluidsschermen niet geplaatst moeten worden.
De Commissie baseert deze conclusie op de verwachting dat de geluidsproductie van de Betuweroute nog vele jaren lang niet het niveau bereikt waarmee in het Tracébesluit Betuweroute is gerekend. Dit betekent dat de bewoners langs de spoorlijn tot ver na het jaar 2020 voldoende beschermd zijn tegen te hoge geluidsniveaus en dat de extra schermen dus niet nodig zijn.
Tevens heeft de Commissie gekeken naar de mogelijkheden van bronbeleid. Eén manier van bronbeleid is «het stiller maken van de spoorbaan ». Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van raildempers in het spoor. De Commissie concludeert dat door de toelating van raildempers een duidelijke vooruitgang is geboekt. De Commissie is echter van mening dat raildempers – door de hoge kosten ten opzichte van de geringe geluidsreductie – nog geen doelmatig alternatief voor het plaatsen van geluidsschermen zijn. Een andere vorm van bronbeleid is «het stiller maken van treinen». De Commissie concludeert dat investeringen in materieel meer effect zullen sorteren dan investeringen in de extra geluidsschermen. De Commissie acht het dan ook zinvol door middel van een stimuleringsregeling een impuls aan bronmaatregelen aan materieel te geven.
De conclusies van de Commissie zijn naar mijn oordeel zorgvuldig afgewogen en redelijk. De Commissie heeft haar advies evenwel niet juridisch onderbouwd – dit vormde ook geen onderdeel van de opdracht aan de Commissie. Daarom zal ik het advies van Commissie, voorafgaand aan een definitieve beslissing over het al dan niet plaatsen van de extra schermen langs de Betuweroute, juridisch laten toetsen. Daarna zal ik het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak in de regio voor het advies van de Commissie in kaart laten brengen. Afhankelijk van de uitkomsten van deze onderzoeken zal ik te zijner tijd beslissen of de betreffende post in de risicoreservering voor de Betuweroute kan worden geschrapt.
Op basis van het advies van de Commissie en de nader te ontvangen adviezen zal ik voorts – in overeenstemming met de staatssecretaris van VROM – medio 2005 een beslissing nemen omtrent een eventuele stimuleringsregeling.
Het rapport van de Commissie treft u als bijlage aan.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K. M. H. Peijs
[bewerken] Bron
Het volledige rapport alsmede de brief van de Minister is te vinden op de website van de Tweede Kamer, 22589 nr. 241
