Geluidgevoelige bestemming

Van Luchtnieuws.nl

(Doorverwezen vanaf Geluidgevoelig terrein)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een geluidgevoelige bestemming is een begrip uit de Nederlandse Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Bgh). Ook de Wet milieubeheer is in dit kader relevant.

Een woning bijvoorbeeld is een geluidgevoelige bestemming. Als een bestemming, dat kan een gebouw of een terrein zijn, als geluidgevoelig is aangemerkt, gelden de regels uit de Wgh en het Bgh.

Geluidgevoelige bestemmingen worden in beginsel beschermd tegen te hoge geluidniveaus van verkeerswegen, spoorlijnen en industrie, of tegen toename van deze niveau's als er iets aan de situatie verandert.

Inhoud

[bewerken] Geluidgevoelige bestemmingen

[bewerken] Wet geluidhinder

Geluidgevoelige bestemmingen
De Wet geluidhinder kent de volgende geluidgevoelige bestemmingen (situatie per 1 januari 2007):

  • woningen.

andere geluidgevoelige gebouwen:

  • onderwijsgebouwen (artikel 1 Wgh); een gymnastieklokaal maakt geen deel uit van een onderwijsgebouw bij de toepassing van de Wgh
  • ziekenhuizen en verpleeghuizen (artikel 1 Wgh)
  • verzorgingstehuizen (artikel 1.2 Bgh)
  • psychiatrische inrichtingen (artikel 1.2 Bgh)
  • medisch centra (artikel 1.2 Bgh)
  • poliklinieken (artikel 1.2 Bgh)
  • medische kleuterdagverblijven (artikel 1.2 Bgh)

NB Bij tracewet-projecten geldt een andere lijst. Zie hiervoor Wgh. art 106.

geluidgevoelige terreinen:

  • terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg (artikel 1 Wgh)
  • woonwagenstandplaatsen (artikel 1 Wgh).

NB Bij tracewet-projecten geldt een andere lijst. Zie hiervoor Wgh. art 106.

Geluidgevoelige ruimten
Als isolatie van de gevel van een gebouw aan de orde komt, omdat de geluidbelasting buiten niet genoeg gereduceerd kan worden, kent de Nederlandse wet geluidgevoelige ruimten.

  • Binnen woningen is een geluidgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2 (artikel 1 Wgh).
  • leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen;
  • onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;
  • onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van andere geluidgevoelige gezondheidszorggebouwen
  • theorievaklokalen van onderwijsgebouwen;
  • ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen;

Niet geluidgevoelig
Alles wat niet in de Wgh of het Bgh is opgenomen is niet geluidgevoelig. Dat geldt bijvoorbeeld voor ligplaatsen voor woonschepen. Asielzoekercentra zijn met een reparatiewet rond 2000 niet-geluidgevoelig verklaard, om de bouw van de asielzoekerscentra op geluidbelaste locaties mogelijk te maken.

[bewerken] Wet milieubeheer

Geluidgevoelige bestemmingen
De Wet milieubeheer (Wm) biedt bescherming tegen industrielawaai afkomstig van inrichtingen. De vraag welk soorten objecten beschermd worden, hangt samen met het toetsingskader dat op een inrichting van toepassing is. Daarbij zijn twee mogelijkheden:
1. Een inrichting valt onder de werkingssfeer van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) krachtens de artikelen 8.40 de Wm;
2. Een inrichting is vergunningplichtig en heeft een op maat gesneden voorschriftenpakket.

8.40 amvb’s
Voor verschillende bedrijfstakken en activiteiten zijn standaardpakketten milieuregels opgesteld: 8.40 amvb’s. Zodra een inrichting onder de werkingssfeer van een 8.40 amvb valt, dient het aan de voorschriften die daarin staan te voldoen. In de voorschriften wordt o.a. bepaald welke objecten beschermd dienen te worden tegen geluidsoverlast.

In de 8.40 amvb’s wordt o.a bescherming geboden aan woningen.

In de Besluiten horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer, detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeher en woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer wordt een woning als volgt gedefinieerd:
- Woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning of een woning die deel uitmaakt van een inrichting;

In de Besluiten textielreinigingsbedrijven milieubeheer, inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, opslag- en transportbedrijven milieubeheer, bouw- en houtbedrijven milieubeheer, voorzieningen en installatiesmilieubeheer en jachthavens wordt het begrip woning als volgt gedefinieerd:
- Woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning: -behorende bij de inrichting zelf , of -die op een bedrijventerrein is gelegen met een gemiddelde dichtheid aan dienst- of bedrijfswoningen van ten hoogste één per hectare.

In de overige (oudere) 8.40 amvb’s worden verschillende definities aangehouden voor het begrip woning.

Naast woningen krijgen in de 8.40 amvb’s andere geluidgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder. Als geluidgevoelige bestemming wordt in de 8.40 amvb’s aangewezen:
- Geluidsgevoelige bestemming: gebouwen of objecten aangewezen krachtens de Wet geluidhinder (Wgh) (Zie hierboven).

Wm-vergunningen
Op basis van de Wet milieubeheer, kan het bevoegd gezag een milieuvergunning onder voorschriften verlenen aan een inrichting. Aan een vergunning worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn ter bescherming van het milieu (artikel 8.11 Wm). Vrijwel altijd worden voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidsoverlast.

Het bevoegd gezag bezit enige mate van beoordelingsvrijheid om te bepalen wat het beschermingsniveau zal zijn en aan welke objecten dat geboden wordt. De "Handreiking industrielawaai en vergunningverlening" (1998) is een hulpmiddel voor overheden bij het bepalen van het beschermingsniveau.

De handreiking geeft voor het bepalen van de objecten die bescherming behoeven niet zo veel handvatten. In de praktijk wordt in de milieuvergunning vrijwel altijd verwezen naar de definities in de Wet geluidhinder van een woning of andere geluidsgevoelige bestemmingen:
- Woning: een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is. In de nota van toelichting van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen wordt vermeld dat onder het begrip woning tevens bepaalde bijzondere, mede voor bewoning bedoelde bestemmingen, zoals een internaat of kindertehuis valt;
-Geluidsgevoelige bestemming: op basis van de artikelen 49 en 68 van de Wgh is het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen opgesteld waarin de ‘andere geluidsgevoelige bestemmingen’ zijn opgesomd (zie hierboven bij 8.40 amvb’s). Daarnaast heeft het bevoegd gezag heeft enige vrijheid om naast bovengenoemde bestemmingen tevens andere objecten te beschermen tegen geluidsoverlast, bijvoorbeeld in gevallen waarbij de geluidsbelasting op een gebouw extreem hoog is en er in het gebouw langdurig mensen verblijven (zie ook de jurisprudentie over een bedrijfsloods).

Feitelijk gebruik
Uitgangspunt bij beide toetsingskaders voor Wm-inrichtingen is dat er bescherming wordt geboden aan de hand van het feitelijk gebruik, en niet op basis van de planologische bestemming. Zo hoeft een gebouw dat de bestemming ‘woning’ heeft niet beschermd te worden als het leeg staat en er geen te verwachten ontwikkelingen zijn waaruit blijkt dat dit feit gaat veranderen . Uit de wet en de jurisprudentie blijkt echter wel dat de duur van het feitelijk gebruik en de redelijkerwijs te verwachten (ruimtelijke) ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu (artikle 8.8, lid 1, onder c) in ogenschouw moeten worden genomen bij het toetsingskader.

Dat er in het kader van de Wet milieubeheer bescherming geboden dient te worden aan de hand van het feitelijk gebruik van een object, houdt ook in dat een "ïllegaal" bewoond gebouw ook bescherming krijgt. Als het bevoegd gezag dit niet wil, zal zij moeten handhaven in het kader van de ruimtelijke ordening.

In de handhavingspraktijk zal er van de formulering van het voorschrift afhangen of men uitgaat van de planologische bestemming of van het feitelijk gebruik.

[bewerken] Jurisprudentie

Hieronder staan diverse uitspraken weergegeven die betrekkingen hebben op objecten en gebouwen. De tekst onder de datum en nummer van de uitspraak weerspiegelt de conclusie in een specifiek geval. Wanneer u een van de uitspraken wilt aanhalen, wordt geadviseerd om de gehele uitspraak op te vragen en de overwegingen goed in acht te nemen. Deze informatie is afkomstig van http://www.infomil.nl (overgenomen op augustus 2008). Kijk voor actuele informatie op de site zelf.

Behandeld worden de volgende objecten:
- Recreatiewoningen /vakantiewoningen
- Camping / Hotel
- Woonboot / recreatieboot
- Tuin / tuinhuisje / terrassen
- Bedrijfsloods
- Voormalige bedrijfswoning
- Begraafplaats
- Caravan, permanent bewoond
- Universiteitsgebouw
- Woning op een gezoneerd industrieterrein
- Een tijdelijk asielzoekerscentrum
- Een slaapkamer in de dagperiode
- Een kinderdagverblijf
- Een meterkast binnen een woning / een aangebouwde garage tegen een woning
- Een praktijklokaal van een technische school

[bewerken] Recreatiewoningen/vakantiewoningen

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening Wm
Samenvatting: Voor de vraag of een object op grond van de Wet milieubeheer moet worden beschermd tegen nadelige gevolgen voor het milieu is niet de planologische status van dat object maar het feitelijk gebruik dat van dat object wordt gemaakt, doorslaggevend. Uit de stukken blijkt dat het een tweede woning betreft, waar met een zekere regelmaat, gedurende langere tijd personen verblijven. Gelet hierop komt op grond van de Wet milieubeheer aan die woning een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe.
Aangezien de woning echter niet permanent wordt bewoond, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet dezelfde mate van bescherming tegen geluidhinder behoeft te worden geboden als de bescherming die verweerder biedt aan permanent bewoonde woningen en die, blijkens het verhandelde ter zitting, is gebaseerd op de normstelling in de Handreiking vergunningverlening en industrielawaai.
Uitspraak: 200407535/1, d.d. 15-06-2005, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: WRO, Bestemmingsplan
Samenvatting: Hoewel een recreatiewoning, ook al onderscheidt deze zich bouwtechnisch niet van een woning voor permanente bewoning, niet is te beschouwen als een woning in de zin van de Wgh, ligt het, mede gelet op de omstandigheid dat deze woningen veelal worden bewoond juist om rust te vinden, naar het oordeel van de Kroon in de rede evengenoemde normen, zoveel mogelijk, overeenkomstig toe te passen.
Uitspraak: 90.023432, d.d. 10-12-1990, AB , 1991 , 201

Wettelijk kader: Wgh, Vaststellen hoogst toelaatbare geluidsniveau
Samenvatting: Vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf en evenmin is gesteld dat zij feitelijk worden gebruikt voor een dergelijke bewoning, hoeven niet bij de besluitvorming te worden betrokken.
Uitspraak: 199901166/1, d.d. 30-5-2000, Geluid , september 2000

[bewerken] Camping / Hotel

Wettelijk kader: Wm, 8.40 amvb
Samenvatting: Verweerder heeft bij de beoordeling van geluidhinder van de windturbine onder meer aansluiting gezocht bij de normen die in het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer zijn gesteld. Gelet hierop heeft verweerder terecht geconcludeerd dat het kampeerterrein niet een geluidgevoelige bestemming is als bedoeld in de bij het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer gestelde geluidvoorschriften.
Uitspraak: 200403463/1, d.d. 12-01-2005, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Wm, 8.40 amvb
Samenvatting: Een hotel is geen geluidgevoelige bestemming is als bedoeld in het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer. In artikel 1, aanhef en onder i, van het Besluit is bepaald dat onder geluidgevoelige bestemmingen wordt verstaan: gebouwen of objecten, aangewezen krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder. Krachtens genoemde artikelen zijn in hoofdstuk III van het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen aangewezen als geluidgevoelige bestemmingen, kort weergegeven, gebouwen van onderwijs- en gezondheidsinstellingen en woonwagenstandplaatsen. Nu een hotel niet krachtens voormelde wetsbepalingen is aangewezen kn niet geconcludeerd worden dat het een geluidgevoelige bestemming is als bedoeld in de bij het Besluit gestelde geluidvoorschriften.
Uitspraak: 200504404/1, d.d. 05-10-2005, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Tracéwet
Samenvatting: motel/hotel voor de toepassing van de Tracéwet geen geluidsgevoelige objecten.
Uitspraak: 200300807/1, d.d. 17-03-2004, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Naar het oordeel van de Voorzitter is de naturistencamping niet aan te merken als een geluidsgevoelig object. Blijkens de stukken en de ter zitting gegeven toelichting vindt op de camping dagrecreatie en kortdurende verblijfsrecreatie plaats. De camping dient derhalve slechts gedurende een deel van het jaar tot kortdurend verblijf en niet tot permanent verblijf van personen.
Uitspraaknummer: E03.97.1295/P90, d.d. 14-11-1997, JM 1998/41

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: afwijkende uitspraak. Verweerders hebben zich op het standpunt gesteld dat een kampeerterrein niet geluidsgevoelig is omdat personen zich slechts gedurende korte tijd daarop bevinden en het niet tot permanent verblijf dient. Naar het oordeel van de Afdeling kunnen objecten als geluidsgevoelig worden aangemerkt wanneer zich gedurende langere tijd personen daarop of daarin bevinden. In aanmerking genomen dat, met uitzondering van een periode van ongeveer zes weken per jaar, voortdurend personen op het kampeerterrein verblijven, hebben verweerders het kampeerterrein ten onrechte niet beschouwd als hindergevoelig object. Daarbij is niet van doorslaggevend belang dat de personen die zich op deze kampeerplaats bevinden ieder voor zich slechts gedurende een bepaalde - korte - periode daar verblijven.
Uitspraak: E03.98.1241, d.d. 17-08-2000

[bewerken] Woonboot / recreatieboot

Wettelijk kader: Afvalstoffenwet, Vergunningverlening
Samenvatting: Voorts kan de door de appellanten gestelde omstandigheid dat een deel van de bewoners van de woonboten ten onrechte een ligplaats in de directe omgeving van de inrichting zou hebben ingenomen er niet toe leiden dat van hogere geluidwaarden had moeten worden uitgegaan. Nog afgezien van het feit dat appellanten deze stelling niet nader kunnen schragen, kan hierin geen grond worden gevonden deze woonboten, die volgens vaste jurisprudentie moeten worden aangemerkt als geluidsgevoelige bestemmingen, bloot te stellen aan onaanvaardbare geluidbelasting.
Uitspraak: E03.94.0324, d.d. 28-12-1995

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Verweerders hebben aangegeven dat het een recreatieboot betreft die ten hoogste 6 maanden per jaar mag worden bewoond. De afdeling stelt vast dat de recreatieboot niet kan worden aangemerkt als woning in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wet geluidhinder, daar het niet gaat om een gebouw. Daarnaast wijst de Afdeling er op dat recreatieboten niet worden genoemd in de AmvB’s van de Wet geluidhinder, waarin geluidsgevoelige objecten worden aangewezen. Voorts neemt de Afdeling in aanmerking dat blijkens het verhandelde ter zitting bedoelde recreatieboot circa 2 maanden per jaar wordt bewoond.
Uitspraak: E03.95.1808, d.d. 23-12-1997, JM 1998/74

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Voor een bouwbedrijf dat op een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein ligt, wordt een vergunning krachtens de Wm verleend. Een op de wal getrokken woonboot is niet bij het akoestisch onderzoek betrokken omdat verweerders van mening zijn dat deze woonboot niet als een geluidgevoelige bestemming is opgenomen in het bestemmingsplan. De Afdeling constateert dat de in geding zijnde woonboot bestemd is voor bewoning en feitelijk permanent bewoond wordt. Onder die omstandigheden is de woonboot aan te merken als een geluidgevoelig object. In casu komt de woonboot echter niet voor bescherming in aanmerking nu deze op een gezoneerd industrieterrein ligt en de Wet geluidhinder niet voorziet in de bescherming van woningen en andere geluidgevoelige objecten die op een industrieterrein liggen. De zone rondom het industrieterrein omvat immers niet mede het terrein zelf.
Uitspraak: E03.97.0147, d.d.27-01-2000, nieuwsbrief StAB 2/2000, K12

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: De Afdeling overweegt dat is gebleken dat de woonboten worden gebruikt voor bewoning en niet is gebleken dat op afzienbare termijn een einde zal komen aan het innemen van ligplaatsen met de betrokken woonboten; mitsdien moeten ze als hindergevoelige objecten worden aangemerkt. Niet de planologische status maar het feitelijk gebruik is daarbij doorslaggevend.
Uitspraak: E03.98.0779, d.d. 15-06-2000, nieuwsbrief StAB 3/2000, 00-55

Wettelijk kader: Wet geluidhinder en Ruimtelijke ordening
Aandachtspunten: woonboten in het kader van de Wetgeluidhinder zijn geen te beschermen objecten. Op basis van een goede ruimtelijk ordening dienen ligplaatsen door gemeenten niet te worden gerealiseerd op plaatsen met een onaanvaardbaar hoge geluidsbelasting.
Nota van Toelichting bij het wijzigingsbesluit van 21 april 1989 (Stb. 157): Ingevolge artikel 31 van de Wet op woonwagens en woonschepen dienen in een gemeente ligplaatsen voor woonschepen te worden aangewezen. Daarnaast wordt in de praktijk ook bij gemeentelijke verordening bepaald dat het verboden is, behoudens daartoe verleende vergunning, ligplaats binnen de gemeente in te nemen. In beide gevallen geldt dat een ligplaats niet noodzakelijkerwijs behoeft te zijn of te worden opgenomen in het betrokken bestemmingsplan. Dat brengt mee dat een mogelijk voorschrift van de Wet geluidhinder om bij het vaststellen of wijzigen van het bestemmingsplan voor ligplaatsen voor woonschepen bepaalde grenswaarden in acht te nemen in veel gevallen geen doel zal treffen.
Met name vanwege de omstandigheid dat het treffen van geluidwerende voorzieningen slechts een zeer beperkte oplossing kan zijn en voorzieningen als wallen en schermen veelal niet in de rede zullen liggen, zullen ook de in die wet gegeven voorschriften inzake bestaande situaties voor (ligplaatsen voor) woonschepen te kort schieten. Reductie van de geluidsbelasting zal in veel gevallen slechts kunnen worden bereikt door het verplaatsen van het desbetreffende woonschip naar een andere locatie. Een en ander betekent dat het systeem van de Wet geluidhinder zich onvoldoende leent voor het bereiken van een uit het oogpunt van geluidhinder voor woonschepen milieuhygiënisch aanvaardbare situatie. Ligplaatsen voor woonschepen worden dan ook niet aangewezen als geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder. Waar het gaat om het realiseren van nieuwe ligplaatsen mag evenwel worden verwacht dat ligplaatsen door gemeenten niet zullen worden gerealiseerd op plaatsen met een onaanvaardbaar hoge geluidsbelasting. Het ligt voorts in de bedoeling om in bestaande situaties, waarin sprake is van een onaanvaardbare hoge geluidsbelasting, een geluidhinderbijdrage te verstrekken ingeval voor het betrokken woonschip een andere – vanuit het oogpunt van geluidhinder wel aanvaardbare – ligplaats wordt gecreëerd.

[bewerken] Tuin / tuinhuisje / terrassen

Wettelijk kader: Wm, 8.40 amvb
Aandachtspunten: betreft slagschaduw
Samenvatting: In het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer is bepaald dat onder het begrip "geluidgevoelige bestemmingen" wordt verstaan: gebouwen of objecten, aangewezen krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder. …… Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat de voor slagschaduw in het Besluit gestelde voorschriften slechts bescherming bieden aan woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Gelet op evengenoemd artikel zijn schuren en tuinen geen geluidgevoelige bestemmingen. Verweerder heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding bestaat om aan tuinen en schuren een verdergaand beschermingsniveau met betrekking tot slagschaduw te bieden dan die welke is afgeleid van de bescherming die het Besluit biedt aan geluidgevoelige bestemmingen.
Uitspraak: 200402994/1, d.d. 16-03-2005, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Voorzover appellant beoogt bescherming tegen geluidhinder te verkrijgen wanneer hij zich in zijn tuin bevindt, overweegt de Afdeling dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een tuin geen geluidgevoelig object is dat in aanmerking komt voor bescherming tegen geluidhinder.
Uitspraak: 200307297/1, d.d. 1-12-2004, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Hinderwet, Vergunningverlening
Samenvatting: Volkstuincomplexen worden niet genoemd in artikel 4, tweede lid van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen. Bovendien dienen deze complexen doorgaans slechts gedurende een deel van het jaar tot verblijf van personen, die doorgaans de op het complex aanwezige opstallen niet voor permanent gebruik (mogen) benutten. Dergelijke opstallen zijn derhalve in beginsel geen geluidsgevoelige bestemming.
Uitspraak: E03.95.1295, d.d. 18-02-1997, Milieu en Recht, 1997 , 69

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Bij het verblijf in een tuin dient naar het oordeel van de Voorzitter niet te worden gesproken van bewoning, dan wel van verblijf dat daarmee gelijk gesteld kan worden. De Voorzitter overweegt voorts dat in de circulaire Industrielawaai wordt uitgegaan van de belasting van de gevel.
Uitspraak: F03.97.0284, d.d. 08-09-1997, JM 1998/4

Wettelijk kader: Wm, Wgh
Samenvatting: De afdeling overweegt dat het terras van de appellant, gelegen aan het water geen geluidsgevoelige bestemming betreft die bescherming behoeft.
Uitspraak: E03.95.1808, d.d. 23-12- 1997, JM 1998/74

[bewerken] Bedrijfsloods

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: De Afdeling overweegt dat een bedrijfsloods een zekere bescherming tegen onaanvaardbare geluidshinder behoeft, indien daarin gedurende een langere periode van de dag personen verblijven die een zekere bescherming tegen onaanvaardbare geluidshinder behoeven. Dat betekent overigens niet dat deze personen dezelfde bescherming dienen te krijgen als in het geval van een woning.
Uitspraaknummer: 200200707/1, d.d. 15-01-2003, www.rechtspraak.nl

[bewerken] Voormalige bedrijfswoning

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Voormalige bedrijfswoning kan niet meer tot de sfeer van de inrichting worden gerekend en krijgt daarom bescherming tegen geluidshinder.
Uitspraaknummer: 200410246/1, d.d. 07-09-2005, www.rechtspraak.nl

[bewerken] Begraafplaats

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: Verweerder heeft de begraafplaats niet aangemerkt als geluidgevoelig object. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een ander oordeel.
Uitspraaknummer: 200304766/1, d.d. 28-07-2004, www.rechtspraak.nl

[bewerken] Caravan, permanent bewoond

Wettelijk kader: Wm, Vergunningverlening
Samenvatting: De Afdeling stelt vast dat op ongeveer 50 m van de inrichting een stacaravan aanwezig is. Deze caravan wordt reeds jaren door appellant gebruikt als permanente woonplaats. Voor de toepassing van de circulaire Industrielawaai moet de caravan worden aangemerkt als woning waaraan bescherming toekomt.
Uitspraaknummer: E03.97.0795, d.d. 23-12-1999, nieuwsbrief StAB 1/2000, K71

[bewerken] Universiteitsgebouw

Wettelijk kader: Wet milieubeheeer, Vergunningverlening
Samenvatting: Universiteitsgebouwen, die niet expliciet worden genoemd, zijn naar het oordeel van de Afdeling vergelijkbaar met de scholen voor basis-, en voortgezet onderwijs en de instellingen voor hoger beroepsonderwijs. Dit betekent dat deze gebouwen gelet op het gebruik daarvan moeten worden aangemerkt als een geluidsgevoelige bestemming.
Uitspraak: E03.95.1295, d.d. 18-02-1997, Milieu en Recht, 1997,69

[bewerken] Woning op een gezoneerd industrieterrein

Wettelijk kader: Wm, vergunningverlening en Wgh
Samenvatting: Zowel de inrichting als de woningen van appellanten bevinden zich op een gezoneerd industrieterrein. De geluidbelasting van een woning of een ander geluidgevoelig object op een gezoneerd industrieterrein kan geen grond vormen voor weigering van een vergunning voor een inrichting op dat industrieterrein. Voor dergelijke inrichtingen is de geluidbelasting op de zone, en de geluidbelasting van gebouwen die binnen de zone maar buiten het industrieterrein staan, bepalend bij vergunningverlening.
Uitspraak:200306557/1, d.d. 23-06-2004, www.rechtspraak.nl

Wettelijk kader: Wm, vergunningverlening en Wgh
Samenvatting: De omstandigheid dat de Wet geluidhinder niet voorziet in geluidgrenswaarden die gelden voor woningen op een gezoneerd industrieterrein er niet aan in de weg staat dat de milieuwetgeving een dergelijke woning toch een zekere afgeleide bescherming tegen geluidhinder biedt.
Uitspraak: 200307628/1, d.d. 26-05-2004, www.rechtspraak.nl

[bewerken] Een tijdelijk asielzoekerscentrum

Uit jurisprudentie blijkt verder dat, voor het beantwoorden van de vraag of een object aan te merken is als een woning in de zin van Wgh, de duur van het verblijf in het object en het karakter van dat verblijf van doorslaggevende betekenis zijn. Dient het object slechts gedurende een deel van het jaar tot kort durend verblijf en niet tot permanent verblijf van personen dan is geen sprake van een woning of een geluidsgevoelig object in de zin van de Wgh. Zie ook uitspraak 01/265, 1-05-2002, van de Rechtbank in Assen. In deze uitspraak is een asielzoekerscentrum aangewezen als een geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder.
Op 11 april 2002 is een wetsvoorstel (met memorie van toelichting) ingediend om de Wet Geluidhinder op dit punt te wijzigen. In staatsblad 2003, 174, is bepaald dat de wijziging op de wet op 2 mei 2003 inwerking is getreden. Artikel 1, lid 2 van de Wet geluidhinder luidt nu: Een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geen woning als bedoeld in deze wet.
Volgens de memorie van toelichting op het wetsvoorstel, is de woning het belangrijkste geluidsgevoelige object. Uitgangspunt bij de hantering van het begrip "woning" is dat de woning wordt gebruikt voor permanente bewoning door één gezin, daaronder begrepen samenwonende partners en alleenstaanden. Recreatiewoningen, zijnde woningen die niet zijn bestemd voor permanente bewoning, vallen dus niet onder dit begrip. Dit uitgangspunt wordt door de jurisprudentie bevestigd. Behalve recreatiewoningen zijn in de categorie "tijdelijke verblijven" nog te onderscheiden hotels, gevangenissen, huizen van bewaring en kazernes. Deze tijdelijke verblijven vallen evenmin onder het begrip "woning".
Discussie bestaat over deze uitleg - dat asielzoekerscentra (en gevangenissen) "tijdelijke verblijven" zijn – doorgetokken moet worden ten aanzien van de beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer is een asielzoekerscentrum (en een gevangenis) immers niet expliciet uitgezonderd als geluidgevoeligobject. De feitelijke duur van het verblijf zal hier dus bepalend zijn of in een bepaald geval een azc of een gevangenis bescherming dient te krijgen ten aanzien van geluid.

[bewerken] Een slaapkamer in de dagperiode

Een slaapkamer zal onderdeel uitmaken van een totale woning en wordt tevens aangemerkt als een geluidsgevoelige ruimte. De periode van het etmaal doet niet ter zake.

[bewerken] Een kinderdagverblijf

Een kinderdagverblijf wordt niet in het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen(Stb. 1993, 393) als geluidsgevoelige bestemming genoemd, noch heeft jurisprudentie het als zodanig aangewezen. Wellicht kan er onderscheid gemaakt worden in geluidsgevoelige ruimten.

[bewerken] Een meterkast binnen een woning / een aangebouwde garage tegen een woning

In het Besluit geluidsgevoelige ruimten van een woning (Stb. 1981, 116) wordt in artikel 1 een geluidsgevoelige ruimte van een woning aangemerkt als een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd.
Een meterkast binnen een woning of een aangebouwde garage valt niet binnen de definitie van een geluidsgevoelige ruimte. Het ligt derhalve voor de hand om het object (in de twee genoemde gevallen) te splitsen in geluidsgevoelige ruimten en niet-geluidsgevoelige ruimten.

[bewerken] Een praktijklokaal van een technische school

In artikel 4, lid 4 van het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen(Stb. 1993, 393) wordt een gymnastieklokaal specifiek uitgesloten. In de toelichting van dit artikel wordt vermeld dat een gymnastieklokaal zelf als een goede geluidsafscherming kan dienen, terwijl de lesactiviteiten in zon lokaal niet geluidsgevoelig zijn te noemen. Wanneer de lesactiviteiten in een praktijklokaal voornamelijk bestaan uit het werken met machines, ligt het voor de hand om een praktijklokaal niet als geluidsgevoelig te bestempelen.

overigens: In de 8.40 amvb’s wordt in de omschrijvingvan de te beschermen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen geen onderscheid gemaakt in wel geluidgevoelige ruimten en niet geluidgevoelige ruimten.

Persoonlijke instellingen