Hogere waarde procedure

Van Luchtnieuws.nl

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

[bewerken] Wie is bevoegd gezag?

Afhankelijk van de situatie is één van de volgende 'instanties' bevoegd gezag:
- Burgemeester en wethouders (B&W)
- Gedeputeerde staten (GS)
- Ministers van VROM en/of V&W (Minister(s))

In de onderstaande tabel is aangegeven wie in welke situatie bevoegd gezag is.

  Situatie B&W GS Minister(s)
  nieuwe woning x - -
  nieuwe/wijziging weg (beheer gemeente) x - -
  nieuwe/wijziging weg/spoor (niet-Tracéwet) - x -
  nieuwe/aanpassing weg/spoor (Tracéwet) - - x
  saneringsprogramma - - x

[bewerken] Burgemeester en wethouders

B&W zijn de bevoegde instantie
De bevoegdheid voor het verlenen van een hogere waarde voor nieuw te bouwen woningen ligt bij de Burgemeester en wethouders (B&W). Hogere waarden kunnen pas worden verleend als geluidmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, of als ze stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren hebben.

Grensoverschijdend geluid
Indien een weg ligt in een andere gemeente dan waar de woningen liggen, dan zijn B&W van de gemeente met de geluidbron bevoegd. Zij moeten dan wel overleggen met B&W van de gemeente waarin de geluidgevoelige bestemmingen liggen (Wgh. art. 110b).

Motivatie bij besluit
B&W moeten goed motiveren waarom ze hogere waarden willen vaststellen en waarom ze niet (kunnen) voldoen aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Het is niet voldoende om alleen te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om aan de norm te voldoen en aan te geven dat die niet mogelijk zijn. B&W moet ook de maatregelen onderzoeken die kunnen helpen om aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting te voldoen. Dat wil zeggen dat geluidmaatregelen die wel mogelijk zijn maar waarmee de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting niet geheel wordt gehaald dan moeten worden toegepast.

Bestemmingsplan en registratieplicht
Als een gemeente een hogere waarde verleent bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, moet zij het ontwerpbesluit hiervoor tegelijk met het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage leggen. Wel blijven het twee aparte procedures. Tevens dient een gemeente de vastgestelde hogere waarde zo snel mogelijk in te schrijven in het kadaster, de zogenaamde registratieplicht.

Uiteraard dient de gemeenteraad het hogere-waardebesluit van B&W in acht te nemen bij het vaststellen van een bestemmingsplan. B&W kunnen de gemeenteraad dan ook het beste al van tevoren informeren dat ze van plan zijn een hogere waarde vast te stellen. Wil de gemeenteraad toch een bestemmingsplan vaststellen dat afwijkt van het ontwerp, en daarmee ook van de geplande hogere waarde, dan moet de raad haar besluit aanhouden tot B&W een nieuw hogere waarde-besluit hebben genomen.

Als B&W besluiten hogere waarden vast te stellen bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, wordt de beroepsprocedure tegen het hogere-waardebesluit gekoppeld aan de procedure tegen het bestemmingsplan. Op de dag dat belanghebbenden beroep kunnen instellen tegen goedkeuring van het bestemmingsplan door Gedeputeerde Staten (GS), begint ook de termijn voor beroepschriften tegen het hogere waarde-besluit (Wgh. art. 145).

Extra ruimte via 'interimwet stad-en-milieubenadering'
B&W kunnen volgens de Wet geluidhinder in principe geen hogere waarde vaststellen dan de maximaal te ontheffen waarde die voor de betrokken situatie is vastgelegd. Maar op grond van de Interimwet stad-en-milieubenadering (die op 1 februari 2006 van kracht is geworden), kan het bevoegd gezag in bepaalde gevallen en onder strikte voorwaarden toch afwijken van die maximaal te ontheffen waarde. Hiervoor is een zogenoemd stap 3-besluit nodig, waarmee de gemeenteraad voor een aangegeven gebied (het zogenoemde projectgebied) een hogere waarde dan die uit de Wet geluidhinder kan vaststellen. GS moeten dit besluit goedkeuren.

Afwijken van de maximaal te ontheffen waarde kan alleen bij nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige objecten, en niet in saneringssituaties of bij de aanleg of wijziging van geluidbronnen.

[bewerken] Gedeputeerde staten

In een aantallen situaties zijn GS bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden (Wgh art. 110a.7). Dit is het geval indien een hogere waarde benodigd is in verband met:
• de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg
• de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of een provincie
• de vaststelling of wijziging van een zone rond een industrieterrein dat als industrieterrein van regionaal belang is aangewezen bij provinciale verordening krachtens de Wet milieubeheer of de Wet ruimtelijke ordening

Indien een woning in een andere provincie ligt dan de geluidbron, zijn GS van de provincie met de geluidbron bevoegd gezag. GS van de provincie met de geluidbron kunnen pas een hogere waarde vaststellen na overleg met GS van de provincie waarbinnen de woning is gelegen (Wgh art. 110b.2).

[bewerken] Ministers van VROM en V&W

Bij de aanleg, wijziging of verbreding van een hoofdweg in de zin van artikel 2 van de Tracéwet zijn de Ministers van VROM en V&W bevoegd gezag (Wgh art. 87e). Dit is ook het geval de aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg in de zin van artikel 1 van de Tracéwet (Wgh art. 106).

Minister van VROM
Bij sanering is de minister van VROM bevoegd gezag. Dit geldt ook bij wijziging van een spoorweg met sanering (Besluit geluidhinder art. 4.23). Ook bij een saneringsprogramma voor wegen geldt dat de minister van VROM bevoegd gezag is (Wgh art. 90 lid 5).

Minister van V&W
Bij een spoedwetproject is de minister van V&W bevoegd gezag (Spoedwet wegverbreding art. 1a en art. 2a).

Persoonlijke instellingen