Inconsistenties Wet geluidhinder

Van Luchtnieuws.nl

Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet geluidhinder is een complexe wet, ook voor deskundigen. In de loop der tijd is zij diverse malen gewijzigd, soms om foutjes te repareren. Maar andere foutjes zijn blijven bestaan en er zijn door sommige wijzigingen ook juist nieuwe inconsistenties in de wet ingeslopen.


Inhoud

45%-regel bij spoorwijziging onder Tracewet

Bij de wetswijziging van 1 januari 2007 is voor spoorwegen de regel waarmee moet worden vastgesteld of er sprake is van een wijziging van de spoorweg aangepast. De oude regel (meer dan 45% intensiteitsgroei of meer dan 20% snelheidstoename) is toen vervangen door een nieuwe regel (meer dan 1,0 dB emissiegroei). In de artikelen 106 is de oude regel gehandhaafd. Dit leidt ertoe dat bij een spoorwijziging onder de tracéwet de oudere 45%-regel moet worden gehanteerd. De 45%-toets is juist vervangen omdat deze op verschillende manieren kon worden geïnterpreteerd.

Sanering

Eindmelding sanering genegeerd

Een van de doelen van de eindmelding is om de saneringsvoorraad definitief vast te kunnen stellen. Men zou verwachten dat de eindmeldingslijst ook leidend zou zijn bij gekoppelde sanering. Dat is echter niet het geval. De eindmeldingslijst wordt namelijk genegeerd bij reconstructies onder de Tracéwet: de artikelen 87 en 106 van de Wgh (Tracéwet-situaties) stellen dat (eigen) onderzoek verricht moet worden naar de situatie in 1986 resp. 1987. Woningen die door de gemeente "vergeten" zijn bij de eindmelding, moeten nu alsnog worden aangepakt.

Ook bij spoorwegwijzigingen die niet onder de Tracéwet vallen (en waarvan de afhandeling onder hoofdstuk 4 van het Bgh is geregeld), is (eigen) onderzoek nodig naar de situatie in 1987. Immers, behalve de heersende waarde is ook de geluidbelasting in 1987 van belang om de ten hoogste toelaatbare waarde te kunnen bepalen. Opnieuw is het dus de eigen verantwoordelijkheid van de projectorganisatie om een compleet beeld van de saneringssituaties te verkrijgen.

Kortom: de eindmeldingslijst is alleen leidend voor de autonome sanering en voor gekoppelde sanering bij reconstructie van wegen die niet onder de Tracéwet vallen. In alle andere gevallen draagt de projectorganisatie zelf verantwoordelijkheid voor het in beeld brengen van de gekoppelde sanering.

Afmelding sanering

In de wet is geregeld dat sanering moet plaatsvinden bij een reconstructie van een weg, en bij wijziging van een spoorweg. Echter, in de wet is niet geregeld of en hoe gesaneerde woningen moeten worden "afgemeld". Voor gesaneerde woningen wordt een hogere waarde vastgesteld, maar geldt deze hogere waarde dan ook als afmelding/

Autonome groei niet meegeteld in uitstralingsgebied van wegreconstructies

Bij de toetsing of een fysieke wijziging van een weg daadwerkelijk een reconstructie betreft, wordt gekeken of de groei van de emissie tussen het jaar voor wijziging en het toekomstige maatgevende jaar minder dan 2 dB bedraagt. Daarbij telt ook de autonome groei mee, d.w.z. de toename in emissie die er zonder de voorgenomen wijziging ook zou zijn. Die autonome groei bedraagt in de praktijk al gauw zo'n 0,5 tot 1 dB, zodat er al vrij snel sprake kan zijn van reconstructie. In de wet is verder geregeld dat als het effect van de voorgenomen wijziging verder reikt dan de te wijzigen weg, ook daar een toetsing moet plaats vinden. We spreken dan over het uitstralingsgebied. Voor het uitstralingsgebied is de 2 dB-regel echter zodanig geformuleerd dat de autonome groei niet meegenomen hoeft te worden. Het valt te betwijfelen of de wetgever het zo bedoeld heeft dat er met twee maten gemeten moet worden, d.w.z. dat er twee verschillende manieren van toetsing zijn aan 2 dB groei.

Binnenwaarde 33 en 35 dB

Zowel het Bouwbesluit van 2001 als het Besluit geluidhinder van 2006 noemen binnenwaarden van woningen voor verschillende situaties. Op één aspect spreken deze besluiten elkaar tegen: de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting binnen nieuwe woningen langs een bestaande spoorweg is 35 dB(A) volgens het Besluit geluidhinder en 33 dB volgens het Bouwbesluit. Dit verschil kan verklaard worden doordat bij de wijziging van de Wet geluidhinder, gebruikt wordt gemaakt van een andere dosismaat ten gevolge waarvan de geluidsbelasting in dB in getalswaarde gemiddeld 2 dB lager uit dan voorheen in dB(A).

Gekoppelde Sanering Spoorweglawaai

In Hoofdstuk 4 van het Besluit geluidhinder is de zogenaamde 'gekoppelde sanering' geregeld. Deze procedure houdt in dat daar waar sprake is van een 'wijziging spoorweg' tevens maatregelen worden getroffen ten behoeve van de saneringswoningen. Deze maatregelen worden in een zogenaamd 'Maatregelenbesluit' vastgesteld door de Minister van VROM. In artikel 4.18 leden 2 en 3 Bgh is beoogd te regelen dat de spoorwegbeheerder de aanvraag hiervoor (het saneringsprogramma) opstelt en indient bij VROM. De artikelgewijze toelichting is hierover duidelijk. Ten onrechte wordt echter in dit artikel 4.17 Bgh verwezen in plaats van 4.7 Bgh waardoor kan worden gelezen dat B&W dit saneringsprogramma kan opstellen en indienen.

Akoestisch onderzoek

Bij akoestisch onderzoek is het in beeld brengen van geluidsmaatregelen als de normen worden overschreden wel verplicht voor spoorweglawaai, maar niet voor wegverkeerslawaai.

Het RMV2006 bijlage I vermeldt voor spoorwegen: 5.3. Als de onder 5.2. bedoelde geluidsbelastingen hoger zijn dan de krachtens de wet bepaalde waarden, wordt aangegeven welke ruimtelijke, (stede)bouwkundige of akoestische maatregelen al dan niet in combinatie, mogelijk zijn om de geluidsbelastingen te verminderen. Daarbij worden in het algemeen verschillende alternatieven beschouwd, elk met aanduiding van het akoestisch effect.. Voor wegen ontbreekt dit artikel. Zo blijft een akoestisch onderzoek voor een bouwplan voor wegverkeer lekker goedkoop. En hoef je als gemeente er ook verder niets mee te doen.

Geluidsgevoelige bestemmingen

Bij de omschrijving van de geluidsgevoelige bestemmingen is de volgende inconsistentie:

  • De Wgh artikel 1 spreekt van verpleeghuizen en "andere gezondheidszorggebouwen"
  • Het Bgh artikel spreekt van "verzorgingstehuizen" binnen de genoemde andere gezondheidszorggebouwen.

Dit wekt de vraag op of een verpleeghuis iets anders is dan een verzorgingstehuis. En hoe zit het dan met bejaardenwoningen die geen gezondheidszorggebouwen zijn.

Afbreken gebouwen

Er is niets geregeld over de gevolgen van het afbreken van gebouwen. Grote gebouwen kunnen een afschermende werking hebben. Soms wordt dat meegenomen in akoestisch onderzoek voor een reconstructie. Als het gebouw later wordt afgebroken is daaromtrent niets geregeld. Dit kan gebeuren bijvoorbeeld bij oude (fabrieks)hallen, oude kantoren, oude woonflats.

Doelmatigheid van geluidmaatregelen

In afdeling 2A van de Wgh, artikel 87, dat wil zeggen voor projecten die onder de tracéwet vallen, kan een ministeriele regeling worden gemaakt om de doeltreffendheid van maatregelen te toetsen. De "gewone" artikelen in de Wgh kennen deze regeling niet. Dat wil zeggen dat een ministeriele regeling voor doelmatigheid alleen verplicht wordt voor Tracewet projecten.

Deze Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder is 14 december 2009 van kracht geworden.

Cumuleren hoeft niet

In de gehele Wgh is de oude term "voorkeurswaarde" vervallen, behalve in artikel 110f, 3e en 4e lid. Dit artikel handelt over cumulatie. De tekst uit dit artikel luidt:

3. Het eerste en tweede lid zijn uitsluitend van toepassing indien voor een woning, ander geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelig terrein:

a. een hogere waarde zal worden vastgesteld, en
b. voor dezelfde woning, ander geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein, de geluidsbelasting, vanwege tenminste een andere geluidsbron als bedoeld in het eerste lid, in de toekomstige situatie de voorkeurswaarde overschrijdt.

4.Het eerste en tweede lid worden alleen toegepast ten aanzien van geluidsbronnen als bedoeld in het eerste lid waarvan de geluidsbelasting in de toekomstige situatie de voorkeurswaarde overschrijdt.

Letterlijk genomen is voorkeurswaarde niet gedefinieerd in de wet. Dus de voorkeurswaarde kan niet overschreden worden. Dus hoeft nooit gecumuleerd te worden.

Onhandigheden

Er zijn wellicht veel onhandigheden aan te wijzen in de wet, maar wat "onhandig" is hangt vaak af van het perspectief. We beperken ons hier tot onpartijdige zaken.

Register hogere waarden

Van de woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld bestond tot 2007 geen algemeen register. Vanaf de wetswijziging van januari 2007 is inschrijving in het openbaar register (kadaster) verplicht (Wgh. art. 110i). Het opsporen van beschikkingen uit de jaren daarvoor is echter geen sine cure. Sommige provincies hebben een nette lijst bijgehouden, ander niet. Van hogere waarden voor gereed gemelde saneringswoningen kan bij VROM worden aangeklopt. Van elke hogere waarde ontving de betreffende gemeente overigens een kopie, zodat ook daar navraag gedaan kan worden.

In het algemeen wordt het ontbreken van één register met hogere waarden als erg onpraktisch ervaren. Dit leidt er namelijk toe dat woningen waarvoor ooit een hogere waarde is vastgesteld, nu niet meer allemaal te traceren zijn.

Handhavingsgat

De Wet geluidhinder biedt alleen bescherming zodra de verkeerssituatie fysiek verandert. Door geleidelijke groei kunnen echter door de jaren heen flinke toenames ontstaan. Men spreekt in dit verband van het handhavingsgat.

Scholen

Voor scholen waar geen avondonderwijs wordt gegeven mogen de geluidsbelastingen van avond en nacht buiten beschouwing blijven. Het is onduidelijk wat wordt bedoeld met "buiten beschouwing". Moet de geluidsbelasting gedurende avond en nacht op 0 dB gesteld worden, waarbij door 24 uur wordt gedeeld, of moet juist de equivalente waarde gedurende alleen de dagperiode bepaald worden. Dit laatste is in tegenspraak met de doelstelling bij de invoering van de Lden, namelijk dat deze normneutraal wordt ingevoerd. De Lden was 2 dB lager dan de etmaalwaarde.

Akoestisch onderzoek

In Bijlage 1 van het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder staat vermeld wat een akoestisch onderzoek moet bevatten. Dit letterlijk nemend, moet bij elk akoestisch onderzoek een enorme hoeveelheid gegevens geleverd worden. Bijvoorbeeld moet voor spoorweglawaai "het emissiegetal" worden gepresenteerd. Op een lang traject kunnen dat duizenden getallen zijn. Geen enkel adviesbureau kan zich aan deze bepalingen houden.

Persoonlijke instellingen