Sanering bij spoorweg

Van Luchtnieuws.nl

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

Bij de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder waren er al situaties met een te hoge geluidbelasting. Om deze situaties aan te pakken heeft het Ministerie van VROM een saneringsprogramma opgezet. De gemeente neemt daarbij het initiatief en kan de subsidie aanvragen bij het door VROM ingestelde Bureau Sanering Verkeerslawaai. Aanvankelijk werd verwacht dat de sanering rond 2000 zou zijn voltooid, maar inmiddels wordt 2024 als einddatum genoemd. Een van de redenen voor deze vertraging is met name dat de operatie veel meer kost dan oorspronkelijk gedacht.

Reikwijdte van de geluidwetgeving

De reikwijdte van de sanering is beperkt tot zogenoemde geluidzones rondom de geluidbron. Binnen de geluidzone geldt de geluidwetgeving en daarbuiten niet. Zie hiervoor geluidzones. De geluidnormen gelden bovendien alleen voor geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen maar niet voor andere bestemmingen zoals kantoren. In onderstaande tekst wordt kortweg over woningen gesproken als geluidgevoelige bestemmingen bedoeld worden. Grenswaarden voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen kunnen wel afwijken van die van woningen.

Wanneer saneren?

In de saneringsregeling wordt onderscheid gemaakt tussen gekoppelde sanering en autonome sanering. Bij gekoppelde sanering (Besluit geluidhinder art. 4.7) wordt de sanering aangepakt zodra er een andere aanleiding bestaat, bijvoorbeeld bij wijziging van een spoorweg. Bij zo’n omvangrijke operatie is het efficiënt om saneringsgevallen meteen mee te nemen. De sanering wordt dan uitgevoerd door de spoorbeheerder. Bij autonome sanering gaat het om projecten waarbij niet gewacht wordt totdat er zo’n andere aanleiding is. De gemeente neemt hiertoe het initiatief en voert de sanering ook zelf uit. Bij de autonome sanering hanteert VROM een prioritering op basis van de hoogte van de geluidbelasting.

Woningen komen alleen in aanmerking voor een saneringssubsidie als ze op de Eindmeldingslijst van VROM voorkomen. De Raillijst is hierin opgenomen. Deze lijsten zijn opgesteld door de gemeenten en betreft woningen waar de geluidbelasting in 1987 meer bedroeg dan 65 dB(A) (etmaalwaarde) (Besluit geluidhinder art. 4.17). Voor andere geluidgevoelige bestemmingen/terreinen geldt een andere saneringsdrempel. Zie hiervoor onderstaande tabel.
Zoals vermeld wordt bij wijziging van een spoorlijn gekoppelde de sanering aangepakt. Hierbij is het onderscheid tussen wijzigingen A) onder de Tracéwet en B) niet-Tracéwet. A. Bij sanering langs spoorwegen die onder de Tracéwet vallen is het overigens niet relevant of de woningen op de lijst van de Eindmelding sanering voorkomen. Bepalend is alleen of de geluidbelasting op 1 juli 1987 hoger was dan 65 dB(A) (Wgh, art. 106e). Zie verder Wijziging spoorweg tracéwet.
B. Bij sanering langs spoorwegen die niet onder de Tracéwet vallen betreft het alleen de woningen op de eindmeldingslijst. Woningen die daar onverhoopt (maar onterecht) niet op zijn terecht gekomen worden dan niet meegenomen bij de sanering. Eventueel wel bij het wijzigingsonderzoek.

Saneringsdrempel

Type geluidgevoelige bestemming saneringsdrempel wettelijke basis
Woningen 65 dB(A) art. 4.17 Besluit geluidhinder
Andere geluidsgevoelige gebouwen 60 dB(A) art. 4.17 Besluit geluidhinder
Geluidsgevoelige terreinen 65 dB(A) art. 4.17 Besluit geluidhinder

Akoestisch onderzoek

Het onderzoek moet betrekking hebben op de situatie in het toekomstig maatgevend jaar. Dit is veelal 10 jaar na het onderzoek tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen.

Toelaatbare geluidbelasting

Voor te saneren woningen moet met maatregelen gestreefd worden, om de geluidbelasting op de gevels naar 55 dB terug te brengen. Overigens geldt in de doelmatigheidsafweging bij bron- en overdrachtsmaatregelen dat alleen niveaus boven 64 dB meetellen.

Aanvragen ontheffing

Indien maatregelen niet mogelijk of onvoldoende doelmatig zijn om de geluidbelasting op de gevels terug te brengen tot 55 dB, moet een zogenaamde hogere waarde procedure gevolgd worden (Besluit geluidhinder art. 4.16). Dat kan alleen indien de toekomstige geluidbelasting de maximale ontheffingswaarde niet overschrijdt. Bovendien moet dan een maximaal geluidniveau binnen in de woning gegarandeerd worden.

Bij de afronding van een saneringsproject is het belangrijk dat de beoogde geluidbelastingen van de betrokken woningen vastgesteld worden (Besluit geluidhinder art. 4.23). Deze geluidwaarden krijgen dan dezelfde status als de ontheffingen die in het kader van een hogere waarde procedure bij een nieuwe weg, wegreconstructie of nieuwbouw van woningen zijn vastgesteld.

Maximaal geluidniveau binnen

Als bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn, wordt gekeken naar het geluidniveau in de woning.

In geval van een procedure op grond van het Besluit geluidhinder zijn indien de beinnenwaarde hoger is dan 43 dB isolerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk. Met gevelisolatie moet dan een binnenniveau van ten hoogste 38 dB bereikt worden.

Voor een procedure op grond van de Tracewet geldt op grond van artikel 111a 5e lid van de Wgh een binnenwaarde van 35 dB. Bij de tracewet wordt voor de binnenwaarde geen onderscheid gemaakt tussen saneringswoningen en andere woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld.

Gevelisolatie houdt in dat geluidwerende voorzieningen zoals akoestisch isolerend glas, suskasten voor de ventilatie en/of ramen met dubbele kierdichting worden aangebracht. Voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen kunnen lagere binnenwaarden gelden. Zie binnenwaarde voor een overzicht.

Persoonlijke instellingen