Sanering bij verkeersweg

Van Luchtnieuws.nl

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

Bij de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder waren er al situaties met een te hoge geluidsbelasting. Om deze situaties aan te pakken heeft het Ministerie van VROM een saneringprogramma opgezet. De gemeente neemt daarbij het initiatief en kan subsidie aanvragen bij het door VROM ingestelde Bureau Sanering Verkeerslawaai. Aanvankelijk werd verwacht dat de sanering rond het jaar 2000 zou zijn voltooid, maar in 2008 wordt het jaar 2024 als einddatum genoemd. Een van de redenen voor deze vertraging is met name dat de operatie veel meer kost dan oorspronkelijk gedacht. Tevens zijn er bezuinigingen geweest bij het Ministerie van VROM, ten koste van de voortgang van de saneringsoperatie.

Reikwijdte van de geluidwetgeving

De reikwijdte van de sanering is beperkt tot zogenoemde geluidzones rondom de geluidbron. Binnen de geluidzone geldt de geluidwetgeving en daarbuiten niet. De geluidnormen gelden bovendien alleen voor geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen maar niet voor andere bestemmingen zoals kantoren. In onderstaande tekst wordt kortweg over woningen gesproken als geluidgevoelige bestemmingen bedoeld worden. Grenswaarden voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen kunnen wel afwijken van die van woningen.

Woningen moeten gesaneerd worden als de geluidbelasting in 1986 meer bedroeg dan 60 dB(A) (etmaalwaarde), tenzij ze zijn geprojecteerd in een bestemmingsplan dat na 1 januari 1982 is vastgesteld ofwel de weg na 1 januari 1982 is aangelegd dan wel gereconstrueerd (buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure).

Wanneer saneren?

In de saneringsregeling wordt onderscheid gemaakt tussen gekoppelde sanering en autonome sanering. Bij gekoppelde sanering wordt de sanering aangepakt zodra er een andere aanleiding bestaat, bijvoorbeeld als de weg moet worden gereconstrueerd of als er grootschalige woningverbetering plaatsvindt. Bij zo’n omvangrijke operatie is het efficiënt om saneringsgevallen meteen mee te nemen. De sanering wordt dan uitgevoerd door de initiatiefnemer van de betreffende “andere aanleiding” (wegbeheerder of gemeente). Bij autonome sanering gaat het om projecten waarbij niet gewacht wordt totdat er zo’n andere aanleiding is. De gemeente neemt hiertoe het initiatief en voert de sanering ook zelf uit. Bij de autonome sanering hanteert VROM een prioritering op basis van de hoogte van de geluidbelasting. De woningen met de hoogste geluidsbelasting zijn op de zogenaamde A-lijst geplaatst en de woningen met een iets lagere geluidsbelasting op de B-lijst. De woningen op de A-lijst hebben prioriteit in de geluidsanering.

Saneringssubsidie

Woningen komen alleen in aanmerking voor een saneringssubsiside als die op de A-lijst, B-lijst of Eindmeldingslijst van VROM voorkomen. Deze lijsten zijn opgesteld door de gemeenten en betreft woningen waar de geluidbelasting in 1986 meer bedroeg dan 60 dB(A) (etmaalwaarde) (Wgh. art. 88). Het kan in de praktijk voorkomen dat woningen niet zijn aangemeld door de gemeente maar die wel een hogere geluidbelasting dan 60 dB(A) in 1986 hadden. Die woningen zijn overigens wel saneringsplichtig (PM waar geregeld?). De gemeente kan dan alleen geen subsidie meer bij VROM aanvragen, en zal de sanering zelf moeten bekostigen.
Bij sanering langs wegen die onder de Tracéwet vallen is het overigens niet relevant of de woningen op de lijst van de Eindmelding sanering voorkomen. Bepalend is alleen of de geluidbelasting op 1 maart 1986 hoger was dan 60 dB(A) (Wgh, art. 87g).

Akoestisch onderzoek

Het onderzoek moet betrekking hebben op de situatie in 1986 en in het toekomstig maatgevend jaar. De 1986-geluidbelasting betreft de etmaalwaarde die moet worden bepaald met een berekening volgens het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder van 1981 en de toen geldende aftrek van 5 dB(A) voor alle wegen. Dit is geregeld in het Reken- en meetvoorschrift Geluidhinder 2006, art. 6.1, lid 1 en lid 2.

De toekomstige geluidbelasting betreft in de regel het jaar 2020. Op deze geluidbelasting moet een aftrek worden toegepast volgens aftrek artikel 110g voordat getoetst wordt aan onderstaande normen.

Toelaatbare geluidbelasting

De sanering betreft woningen die op 1 maart 1986 een geluidsbelasting hadden die hoger is dan de saneringsdrempel van 60 dB(A).

Saneringsdrempel

Type geluidgevoelige bestemming saneringsdrempel wettelijke basis
Woningen 60 dB(A) art. 88 Wgh
Andere geluidsgevoelige gebouwen 60 dB(A) art. 3.6 Besluit geluidhinder
Geluidsgevoelige terreinen 60 dB(A) art. 3.6 Besluit geluidhinder

Voor te saneren woningen moet met maatregelen gestreefd worden om de geluidbelasting op de gevels naar 48 dB (Lden) terug te brengen. Overigens geldt in de doelmatigheidsafweging bij bron- en overdrachtsmaatregelen dat alleen niveaus boven 53 dB meetellen.

Aanvragen ontheffing

Indien maatregelen niet mogelijk of onvoldoende doelmatig zijn om de geluidbelasting op de gevels terug te brengen tot 48 dB, moet een zogenaamde hogere waarde procedure gevolgd worden (Wgh art 110a-c). Dat kan alleen indien de toekomstige geluidbelasting de maximale ontheffingswaarde niet overschrijdt. Bovendien moet dan een maximaal geluidniveau binnen in de woning gegarandeerd worden.

Bij de afronding van een saneringsproject is het belangrijk dat de beoogde geluidbelastingen van de betrokken woningen vastgesteld worden. Deze geluidwaarden krijgen dan dezelfde status als de ontheffingen die in het kader van een hogere waarde procedure bij een nieuwe weg, wegreconstructie of nieuwbouw van woningen zijn vastgesteld.

Maximaal geluidniveau binnen

Als bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn, wordt gekeken naar het geluidniveau in de woning. Indien dat hoger is dan 43 dB, zijn isolerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk. Met gevelisolatie moet dan een binnenniveau van ten hoogste 38 dB bereikt worden. Gevelisolatie houdt in dat geluidwerende voorzieningen zoals akoestisch isolerend glas, suskasten voor de ventilatie en/of ramen met dubbele kierdichting worden aangebracht. Voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen kunnen lagere binnenwaarden gelden.

Persoonlijke instellingen