Wijziging spoorweg tracéwet
Van Luchtnieuws.nl
Inhoud |
Inleiding
Bij bestaande spoorwegen komt de Wet geluidhinder in werking indien er significante 'wijzigingen' op of aan de spoorwegen plaatsvinden. Een wijziging is significant indien bepaalde drempelwaarden voor o.a. de geluidbelasting worden overschreden. Hierover kunt u in dit artikel meer lezen.
Het is bij de toetsing relevant of sprake is van een spoorwijziging in het kader van de Tracéwet of niet. Dit onderscheid is te lezen in het artikel over de Tracéwet. Afhankelijk hiervan wordt gesproken over wijziging of aanpassing van een spoorweg.
- Wijziging geldt voor spoorwegen die niet onder de Tracéwet vallen (Wgh art. 1 en art. 1b, lid 4). Zie hiervoor Wijziging spoorweg niet tracéwet
- Aanpassing geldt voor spoorwegen die wel onder de Tracéwet worden verbreed of veranderd etc. (Wgh art. 87b lid 1, sub l, en lid 3). Dit is het onderwerp van dit artikel.
Opgemerkt wordt dat de normstelling voor wijziging of aanpassing (enigszins) verschillend is.
Reikwijdte van de geluidwetgeving
De reikwijdte van de wet is beperkt tot zogenoemde geluidzones rondom de geluidbron. Binnen de geluidzone geldt de geluidwetgeving en daarbuiten niet. De geluidnormen gelden bovendien alleen voor geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen maar niet voor andere bestemmingen zoals kantoren.
In onderstaande tekst wordt veelal gesproken over woningen maar vergelijkbare wetgeving geldt ook voor overige geluidgevoelige bestemmingen met de vermelding dat de normen daarvoor (kunnen) afwijken van de normen die voor woningen zijn genoemd.
Akoestisch onderzoek
De geluidbelasting van de woningen in het tracé moet worden bepaald met een akoestisch onderzoek (Wgh art. 106c, lid 2) dat door de ministers van VROM en V&W wordt ingesteld. Dit akoestisch onderzoek volgt het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder en moet gericht zijn op het jaar voor de wijziging en het toekomstig maatgevend jaar. Veelal is dit de situatie over tien jaar tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. Bovendien is onderzoek nodig naar de geluidbelasting in 1987 voor de bestaande spoorwegen binnen het tracé.
Het onderzoeksgebied wordt begrensd door het tracé van de te wijzigen spoorweg (Wgh, art 106c, lid 2). Relevant is dat het geluidaspect niet alleen het desbetreffende tracé betreft, maar ook de uitstralingseffecten voorzover sprake is van een Wgh-aanpassing (Tracéwet art. 1, lid 1h, 3). Zie hiervoor ook het artikel over de Tracéwet.
Als de wijziging van de spoorweg tot gevolg heeft dat wegen worden aangepast dan moet het onderzoeksgebied ook die wegen bevatten (Wgh art 106c, lid 3). Zie ook uitstralingsgebied wegwijziging.
Toelaatbare geluidbelasting
Bij de beoordeling of de wijziging van de spoorweg akoestisch gezien toelaatbaar is, dient allereerst te worden vastgesteld of ook sprake is van een aanpassing volgens de definitie van de Wet geluidhinder. Zie hiervoor de volgende subparagraaf. Als uit een eerste onderzoekstoets blijkt dat de wijziging niet significant is (dwz. geen Wgh-aanpassing) dan is een verdere toetsing niet nodig. Als wel sprake is van een Wgh-aanpassing dan volgt een nader onderzoek met een toetsing aan de normen. Zie hiervoor de onderstaande subparagraaf 'Geluidnormen bij Wgh-aanpassing'.
Wat is een Wgh-aanpassing?
Er is alleen sprake van een Wgh-aanpassing indien de 'spoorwijziging' een significant effect op de geluidbelasting heeft. Relatief kleine spoorwijzigingen vallen hierbuiten en hoeven niet verder beoordeeld te worden. Dit is gedefinieerd in Wgh art. 87b lid 1, sub l, en lid 3. De tekst uit dit artikel is hieronder integraal overgenomen.
Onder aanpassing van een spoorweg wordt in deze afdeling niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit:
a. een verhoging van de intensiteit in het toekomstig maatgevende jaar van minder dan 45% ten opzichte van het driejaars gemiddelde voorafgaand aan de verandering, van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
b. een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
c. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
d. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
e. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 107 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
Opmerkelijk is dat de drempelwaarde voor een 'aanpassing' van het spoor onder de Tracéwet nog steeds de 'oude' 45%-regel geldt terwijl voor een 'wijziging' (niet Tracéwet) de sinds 1 januari 2007 geldende '1,0 dB-grens' voor de emissietoename geldt (zie ook Wijziging spoorweg niet tracéwet en Inconsistenties Wet geluidhinder).
Geluidnormen bij Wgh-aanpassing
Toelaatbaar is een geluidbelasting die kleiner of gelijk is aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Daarboven is onder bepaalde voorwaarden ontheffing mogelijk in een bandbreedte tot de maximaal te ontheffen waarde. Wat deze termen bij Wgh-aanpassing van een spoorweg inhouden wordt in deze paragraaf behandeld.
Bij een Wgh-aanpassing van een spoorweg in het kader van de Tracewet is afdeling 2 van de Wet geluidhinder van toepassing. In het akoestisch onderzoek wordt onderzocht of de ten hoogst toelaatbare geluidbelastingen worden overschreden. De wet onderscheidt daarbij twee situaties, namelijk:
- Sanering;
- Geen sanering.
Op deze twee situaties wordt hieronder nader ingegaan, waarbij we ons beperken tot geluid van te wijzigen of aan te passen spoorwegen.
Het geluid van aan te passen wegen, zoals opgenomen in Wgh art106g (geen sanering) en art106h (wel sanering), volgt resp. art. 87f en art. 87g. We volstaan hier daarom met een verwijzing naar Wijziging verkeersweg tracéwet.
Sanering
Definitie: Er is sprake van sanering indien de geluidbelasting op 1 juli 1987 vanwege een spoorweg in het tracé hoger was dan 65 dB(A) (Wgh, art. 106f, lid 1). Onder de Tracéwet is het daarbij niet relevant of de woningen op de lijst van de Eindmelding sanering voorkomen.
Toetsing: Als bij een woning sprake is van nog niet afgehandelde sanering dan moet dit worden aangepakt in het Tracébesluit. Daarbij geldt een vaste grenswaarde van 55 dB voor spoorwegen. Dit is dus ongeacht de wijziging van de geluidbelasting.
Maatregelen: In een akoestisch onderzoek wordt afgewogen welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid terug te brengen naar deze grenswaarde van 55 dB voor spoorwegen. Hierbij geldt het doelmatigheidscriterium.
Maximaal te ontheffen waarde: De maximaal vast te stellen hogere waarde is 71 dB voor spoorwegen. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk (zie tabel 2).
Geen sanering
Definitie: Alle woningen die niet onder de definitie van sanering vallen.
Toetsing: Een toekomstige geluidbelasting van 55 dB of minder is in elk geval toelaatbaar. Daarboven moet worden gekeken naar de heersende waarde of een eventuele vastgestelde hogere waarde. De laagste van die twee is toelaatbaar (of heersend indien geen hogere waarde).
Maatregelen: Als de toekomstige geluidbelasting hoger is dan toelaatbaar geacht, moet de geluidbelasting zoveel mogelijk teruggebracht worden tot de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Hierbij geldt het doelmatigheidscriterium.
Maximaal te ontheffen waarde: De maximaal vast te stellen hogere waarde is 71 dB. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk (zie tabel 2).
Tabel 1. Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting
| Sanering? | Eerder hogere waarde vastgesteld? | Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting (minimaal 55 dB) | artikel Wgh |
|---|---|---|---|
| Ja | Nee | 55 dB | art 106f, lid 1 |
| Ja | Ja | Laagste van heersende geluidbelasting en hogere waarde | art 106f, lid 2 |
| Nee | Nee | Heersende geluidbelasting | art 106e, lid 1 |
| Nee | Ja | Laagste van heersende geluidbelasting en hogere waarde | art 106e, lid 2 |
Tabel 2. Maximaal te ontheffen waarde
| Sanering? | Eerder hogere waarde vastgesteld? | Maximaal te ontheffen waarde | artikel Wgh |
|---|---|---|---|
| Ja | Nee | 71 dB | art 106f, lid 3 |
| Ja | Ja | De eerdere hogere waarde* als deze hoger is dan 71 dB | art 106f, lid 4 |
| Nee | Nee | 71 dB | art 106e, lid 3 |
| Nee | Ja | De eerdere hogere waarde** als deze hoger is dan 71 dB | art 106e, lid 3 |
* op grond van de Wet geluidhinder. ** op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering.
Maximaal geluidniveau binnen
Wanneer een ontheffing boven de 55 dB wordt verleend, gelden aanvullende eisen voor de maximale geluidbelasting binnen woningen, ook wel binnenwaarde genoemd. Zie de betreffende pagina voor meer informatie.
