Wijziging verkeersweg niet tracéwet (reconstructie)

Van Luchtnieuws.nl

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

Bij bestaande verkeerswegen komt de Wet geluidhinder in werking indien er significante 'wijzigingen' op of aan de verkeerswegen plaatsvinden. Belangrijk voor de werking van de wet is de definitie van een 'wijziging'. In de eerste plaats moet het een fysieke wijziging betreffen. Een verkeersgroei op een weg, zonder fysieke wijziging, leidt als zodanig dus niet tot verplichtingen op grond van de wet. Vrijwel alle andere wijzigingen zijn fysieke wijzigingen. Dit betreft ook het wijzigen van de belijning, de aanleg van een luidruchtiger wegdek of het verhogen van de snelheid. Een verkeersbesluit zoals het plaatsen van een bord 'verboden voor vrachtverkeer' is ook een fysieke wijziging. Een snelheidsverlaging of de vervanging van het wegdek door een stiller type zijn wel zondermeer toegestaan.


Relevant is dat er in de Wet geluidhinder onderscheid is tussen een wijziging in het kader van de Tracéwet of niet. Dit onderscheid is te lezen in het artikel over de Tracéwet. Overigens wordt een wijziging die onder de Tracéwet valt in de Wet geluidhinder 'aanpassing' genoemd en als die niet onder de Tracéwet valt wordt de wijziging 'reconstructie' genoemd. Bij een wijziging moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen of geluidmaatregelen overwogen moeten worden. Daarop wordt hieronder nader ingegaan.

Reikwijdte van de geluidwetgeving

De reikwijdte van de wet is beperkt tot zogenoemde geluidzones rondom de geluidbron. Binnen de geluidzone geldt de geluidwetgeving en daarbuiten niet. De geluidnormen gelden bovendien alleen voor geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen maar niet voor andere bestemmingen zoals kantoren.


In onderstaande tekst wordt veelal gesproken over woningen maar vergelijkbare wetgeving geldt ook voor overige geluidgevoelige bestemmingen met de vermelding dat de normen daarvoor (kunnen) afwijken van de normen die voor woningen zijn genoemd.

Akoestisch onderzoek

De geluidbelasting moet worden bepaald met een berekening volgens het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder. Volgens dit voorschrift moet het onderzoek gericht zijn op het jaar voor de wijziging en het toekomstig maatgevend jaar. Veelal is dit de situatie over tien jaar tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. Op de daaruitvolgende geluidbelasting mag een aftrek worden toegepast volgens aftrek artikel 110g voordat getoetst wordt aan bovenstaande normen.


Het onderzoeksgebied wordt begrensd door het tracé van de te wijzigen weg (Wgh, art 99, lid 1). Als de wijziging echter naar verwachting zorgt voor een toename van 2 dB of meer op andere wegen of wegvakken, moet het onderzoeksgebied ook die weg(vakk)en bevatten (Wgh art 99, lid 2). Voor deze andere wegen of wegvakken geldt echter dat de toename moet worden bepaald uit het verschil in geluidbelasting tussen de situatie met wijziging in het toekomstig maatgevende jaar en de situatie zonder wijziging in het toekomstig maatgevende jaar (het verschil is dus exclusief de autonome groei van het verkeer).

Reconstructie

Er is sprake van een "reconstructie" wanneer de geluidbelasting met 2 dB of meer wordt verhoogd (Wgh. art. 1) door de wijziging van een weg. Hierbij wordt geluidbelasting in de toekomstige situatie (veelal 10 jaar na openstelling van de weg) zonder geluidmaatregelen vergeleken met de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting die als referentie geldt. De referentiewaarde is veelal de heersende waarde (één jaar voor de geplande wijziging). Als de heersende waarde echter lager is dan 48 dB dan is 48 dB de referentiewaarde. Als eerder een hogere waarde is vastgesteld geldt als referentiewaarde de laagste van:
- de heersende waarde (minimaal 48 dB);
- de hogere waarde.
Als een hogere waarde in het verleden in Letm is vastgesteld, moet deze omgerekend worden naar Lden, zie omrekening hogere waarde naar Lden.


Indien sprake is van een reconstructie dan moeten geluidmaatregelen worden onderzocht. Bovendien moet ontheffing voor de geluidbelasting verleend worden om de reconstructie mogelijk te maken. Ontheffing is slechts onder bepaalde voorwaarden mogelijk binnen een bandbreedte tot de maximaal te ontheffen waarde.


Bij reconstructies onderscheidt de wet twee situaties, namelijk:
- Sanering;
- Geen sanering.
Alleen in het tweede geval is afdeling 4 (reconstructies) van de Wgh. van toepassing. In het eerste geval geldt Wgh. art. 90 lid 2 t/m 5 onder afdeling 3 (bestaande situaties) en niet afdeling 4. Dit is geregeld in Wgh. art. 98.

Toelichting:
- Voor woningen op de eindmeldingslijst (incl. A- en B-lijst) is de regelgeving voor de reconstructie dus niet van toepassing maar moet de sanering worden aangepakt.
- Logischerwijs gaan eenmaal gesaneerde woningen van de eindmeldingslijst af. Voor de gesaneerde woningen gelden de reconstructieregels dan weer. De Wet geluidhinder bevat evenwel geen afmeldingsmogelijkheid. Dat kan echter niet de bedoeling zijn. Anders zou bij een reconstructie van een weg na de uitvoering van de sanering de desbetreffende woning dan onbeschermd zijn tegen extra geluid.
- Hoewel niet expliciet uit art. 98 blijkt, lijkt het logisch dat bovenstaand onderscheid tussen reconstructie en sanering geldt per woning en niet per weg. Langs één weg kunnen voor de ene woning de reconstructienormen bepalend zijn, terwijl voor een andere woning de saneringsnormen gelden.
- Het saneringsonderzoek wordt dan overigens ook gebaseerd op het toekomstig maatgevend jaar en dat is logischerwijs de situatie na de voorgenomen reconstructie van de weg.
- De reconstructie kan pas worden uitgevoerd nadat de minister over het geluidmaatregelenpakket voor de sanering heeft beslist.

Sanering

Definitie: Volgens de Wet geluidhinder zijn dit de woningen die op de lijst van de Eindmelding sanering voorkomen of nog moeten worden aangemeld vóór 1 januari 2009 (Wgh, art. 88). Woningen die wel gesaneerd zouden moeten worden maar niet zijn aangemeld vóór 1 januari 2009, vallen daarmee dus niet onder de definitie "sanering".

Ingeval een woning op de lijst van de Eindmelding sanering staat en een reconstructie van een weg is gepland, kan vóór 1 januari 2009 de eindmelding zonodig nog worden bijgesteld.

Afdeling 4 "reconstructie" van de Wet geluidhinder is volgens art. 98 niet van toepassing als ook sprake is van een saneringssituatie. Hiermee wordt geïmpliceerd dat gemelde saneringssituaties na 31 december 2009 vogelvrij zijn bij reconstructies. Geadviseerd wordt voor deze situaties toch te onderwerpen aan een geluidtoets. Voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting kan hierbij het beste worden uitgegaan van tabel 1 regel 4, Voor de maximaal te verlenen hogere waarde van tabel 2 regel 1. PM Wijzigt art. 98 van de wet na 31 december 2008?

Maatregelen: In een akoestisch onderzoek wordt afgewogen welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid terug te brengen naar 48 dB. Zie hiervoor tabel 1 (regel 1). Hierbij geldt een doelmatigheidscriterium.

Maximaal te ontheffen waarde: De maximaal vast te stellen hogere waarde is in principe 68 dB voor woningen. In sommige gevallen kan dit hoger zijn. Dit is aangegeven in tabel 2 (regel 1).

Geen sanering

Definitie: Alle woningen die niet onder de definitie van sanering vallen.

Maatregelen: In een akoestisch onderzoek wordt afgewogen welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid terug te brengen tot de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Zie hiervoor tabel 1 (regel 2 tot en met 4).

Maximaal te ontheffen waarde: Zie tabel 2 (regel 2 tot en met 7).

Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting

Tabel 1. Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting

Sanering? Eerder hogere waarde vastgesteld? Weg aanwezig, in aanleg of geprojecteerd op 1-1-2007? Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting artikel Wgh
Ja Niet relevant Ja 48 dB art 89, lid 1
Nee Nee Ja Heersende geluidbelasting (minimaal 48 dB)art 100, lid 3
Nee Nee Nee 48 dB art 100, lid 1
Nee Ja Niet relevant Laagste van heersende geluidbelasting (minimaal 48 dB) en hogere waarde art 100, lid 2

Maximaal vast te stellen hogere waarden

Tabel 2. Maximaal vast te stellen hogere waarden

Sanering? Eerder hogere waarde vastgesteld? Geluidbelasting één jaar voor wegaanpassing Gebied Maximaal te
ontheffen waarde
Maximale toename Artikel Wgh
Ja niet relevant niet relevant niet relevant In principe 68 dB, maar kan hoger zijn n.v.t. 90, lid 3 en 4
Nee Nee max. 53 dB buitenstedelijk 58 dB In principe 5 dB*** 100a, lid 1
Nee Nee max. 53 dB stedelijk 63 dB In principe 5 dB*** 100a, lid 1
Nee Nee > 53 dB niet relevant 68 dB In principe 5 dB*** 100a, lid 1 en 2
Nee Ja* niet relevant buitenstedelijk 58 dB In principe 5 dB*** 100a, lid 1 en 2
Nee Ja* niet relevant stedelijk 63 dB In principe 5dB*** 100a, lid 1 en 2
Nee Ja** niet relevant niet relevant eerder vastgestelde hogere waarde 0 dB 100a, lid 3

*Eerdere hogere waarde vastgesteld op basis van de artikel 83 of artikel 84, lid 2, zoals dat luidde voor 1 september 1991.

**Eerdere hogere waarde vastgesteld op basis van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering.

***Een hogere toename is toegestaan als de geluidbelasting van een ten minste gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde vermindert door de wegaanpassing. Een hogere toename is ook toegestaan als de wegbeheerder heeft verklaard dat hij uiterlijk voor de afloop van de reconstructie financiële middelen ter beschikking stelt om de gevels te isoleren dan wel maatregelen aan de bron en/of in de overdracht te treffen.

Maximaal geluidniveau binnen

Wanneer een ontheffing boven de 48 dB wordt verleend, gelden aanvullende eisen voor de maximale geluidbelasting binnen woningen of andere geluidgevoelige gebouwen, ook wel binnenwaarde genoemd. Zie de betreffende pagina voor meer informatie.

Persoonlijke instellingen